Klacht over begraafplaats ( klacht 2013/18)

De klacht betreft een drietal onderdelen:
1. Wie kan in deze klacht aangemerkt worden als rechthebbende op een specifiek graf?
2. Is er sprake van een voortdurend recht of van een recht voor bepaalde termijn?
3. Indien er sprake is van een voortdurend recht zijn in het verleden tweemaal ten onrechte bedragen in rekening gebracht voor verlenging van de graftermijn.
1.
Volgens de begraafplaats is er geen rechthebbende meer, maar niettemin krijgt klager een nota voor verlenging grafrecht op zijn naam en adres; alleen de voorletters zijn onjuist.
Aangezien begraafplaatsen niet aan willekeurige derden nota’s sturen, maar slechts aan de rechthebbende op een graf wordt tenminste de schijn gewekt dat ook de begraafplaats klager toch als rechthebbende ziet.
Klager heeft overschrijving op zijn naam gevraagd, waartoe het reglement de mogelijkheid biedt,
De begraafplaats stelt dat het verzoek tot overschrijving niet binnen de door artikel 16 lid 2 van het reglement is ingediend, maar dat artikel noemt geen enkele termijn.
2. 
Voortdurend recht of bepaalde termijn
In de grafakte van 1942 wordt slechts gesproken over het verlenen van het voortdurend gebruik van het graf en worden geen termijnen genoemd
Wel wordt in 1975 in een brief aan rechthebbende gemeld dat er een verplichting tot overschrijving van eigen graven eenmaal in de dertig jaar zou bestaan.
In 1984, 1997 en 2013 wordt voor overschrijving van eigen graven ( voor inmiddels kennelijk 15 jaar) bedragen in rekening gebracht .In 1984 en 1997 is er betaald
Tussen rechthebbende en begraafplaats is geen nieuwe overeenkomst gemaakt en de begraafplaats kan niet aantonen op welke bepaling de overschrijvingen zijn gebaseerd.
3.
Terugstorting van betaalde bedragen kan volgens de begraafplaats niet plaatsvinden aan gezien de begraafplaats een andere eigenaar heeft gekregen.
Aangezien bij overname zowel de lusten als de lasten overgaan is dit standpunt onjuist. en eist klager de bedragen terug als zijnde onverschuldigd betaald.
Probleem bij deze klacht was de weigering van de begraafplaats om mee te werken aan oplossing van het geschil door de ombudsman.. De begraafplaats heeft zelfs haar lidmaatschap van de LOB opgezegd om niet gebonden te zijn aan het bindend advies.
Aangezien de begraafplaats geen verweer wenste te voeren is op grond van artikel 9,1 van het Klachtenreglement een bindend advies opgesteld, waarbij klager op alle drie de onderdelen in het gelijk is gesteld.



Klacht over uitvaartondernemer ( klacht 2013/29)

Klager is van mening dat bij de regeling van de uitvaart onvoldoende informatie is gegeven over het basistarief, terwijl er geen kostenbegroting is opgemaakt.
Ingenomen verzekeringspapieren zijn niet tijdig naar verzekeraars doorgezonden en bij navraag door klager werden ze zondermeer naar klager teruggezonden.
Bovendien had klager geen rekening ontvangen en eerst na een jaar een betalingsherinnering.
Het hoofdkantoor van deze uitvaartondernemer erkent het ontbreken van een kostenbegroting en het onjuist omgaan met de ingenomen verzekeringspapieren.
Verder betreurt het hoofdkantoor dat de klacht niet eerder door de ondernemer is opgelost en wordt voorgesteld de door klager gevraagde creditnota op te maken.
Met dit voorstel gaat de ombudsman akkoord. De klacht was terecht ingediend



Klacht over begraafplaats ( klacht 2013/35)

Klager wenst overschrijving van het uitsluitend recht op een specifiek graf naar een nieuwe rechthebbende.
Naar de mening van klager probeert de begraafplaats deze overschrijving te koppelen aan een af te sluiten onderhoudscontract.
Aangezien het bestaande recht nog doorloopt tot 2026 is klager van mening dat er sprake is van tussentijdse, eenzijdige, aanpassing van een overeenkomst.
De begraafplaats blijft op het standpunt staan dat overschrijving zonder nieuw onderhoudscontract niet mogelijk is.
Aangezien de begraafplaats onderdeel is van een landelijke organisatie op uitvaartgebied is door de ombudsman de klacht aldaar voorgelegd.
Aldaar is besloten dat overschrijving van de grafrechten zonder een tussentijds af te sluiten onderhoudscontract wel mogelijk is.
De ombudsman is het met deze conclusie eens zodat de klacht terecht is ingediend..